De secretaris is geen manusje-van-alles (een complex en serieus beroep verdient taal die recht doet)

‘Maak van een serieus beroep geen karikatuur’, kopte de ingezonden brief die een secretaris aan me doorstuurde. Ze had een workshop bij mij gevolgd. De brief deed haar denken aan mijn reden om het boek ‘De bestuurssecretaris – essentieel voor excellent bestuur’ te schrijven.

De reden ligt in een observatie van wijlen Martin Bril: “Van André van Duin zeggen ze dat hij de lach aan zijn kont heeft hangen. Ik heb die uitdrukking nooit helemaal begrepen en in ieder geval vind ik hem niet erg vleiend voor het enorme en ook geraffineerde talent dat Van Duin bezit om andere mensen aan het lachen te brengen.”

Hetzelfde vond ik gelden voor de secretaris (specifiek de bestuurssecretaris, maar het geldt voor elke secretaris). Veel beschrijvingen bleven steken bij manusje-van-alles, oliemannetje, spin-in-het-web en duizendpoot. Of ik las magische managementtaal: trusted advisor en boardroom insider. Ik snap het – ik maakte me er ook schuldig aan toen ik secretaris was. Ik had de taal en kaders niet voor een betere uitleg.

De hapklare woorden maken het vak kleiner dan het is. Ze doen geen recht aan de professionaliteit die wordt gevraagd Ze zijn een prima uitleg voor op feesten en partijen, maar minder geschikt in een professionele setting. In het boek kom ik daarom tot duidelijke én genuanceerde beschrijvingen van de secretaris die recht doen aan de complexiteit en finesse van het beroep. Wat mijn oplossing is geweest: starten vanuit het idee dat een complex beroep zich niet laat vangen in een voor iedereen duidelijke en ondubbelzinnige term.

En toen las ik vorig jaar het vakblad ‘Goed Bestuur & Toezicht’. In een artikel stond: “Niek Kraan [spreekt over de secretaris als] het manusje-van-alles [..].” Ik was verbaasd. Mijn hele boek betoogde het tegenovergestelde. De term manusje-van-alles valt er twee keer in en ik noem het “nietszeggend” en “te beperkt”.

Klein bier, zo’n verkeerd citaat in een vakblad? Sommigen vinden misschien van wel. Maar het verkeerde citaat bevestigde nu juist waarom ik zelf genuanceerd en precies wil zijn met taal (en – onlosmakelijk – met inhoud). Het foute citaat voelde als een decimering van de secretaris en mijn werk.

Zeker bij bestuur en toezicht geldt: woorden doen ertoe. En terug naar de secretaris: hoe we een beroep beschrijven, bepaalt mede hoe serieus we het nemen. Laten we zorgvuldig zijn in de beschrijving van het vak. Wie inspiratie zoekt voor taal en kaders, kan mijn boek eens doorbladeren.

Niek Kraan, mei 2026